Begin dit jaar presenteerde Wageningen University & Research (WUR) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuw een uitgebreid onderzoek waarin de klimaatimpact van vis en seafood werd vergeleken: onderling en met andere voedselproducten. Daaruit blijkt onder andere dat sommige soorten vis en seafood enorm goed scoren als het aankomt op de uitstoot van broeikasgassen, zelfs als je het vergelijkt met plantaardige producten met een hoog eiwitgehalte, zoals peulvruchten.
Dat was opvallend, aangezien die soorten dus eigenlijk goed binnen de doelen van de ‘eiwittransitie’ passen. Dat is het overheidsbeleid dat erop gericht is de klimaatafdruk, andere milieu-thema’s en gezondheid van het Nederlandse dieet te verminderen. De bewuste soorten – vooral ‘pelagische’ soorten als haring, sardines en makreel, maar bijvoorbeeld ook schelpdieren als mosselen – worden in de Nationale Eiwitstrategie evenwel niet expliciet vermeld als productgroep waarvan de klimaatafdruk relatief laag is.
Maar hoe vergelijk je de klimaatdruk van verschillende diëten? Hoe zet je de uitstoot van rundvlees af tegen die van bruine bonen en haring?
'Een LCA is een model, een representatie van de werkelijkheid,' legt Jonna Snoek, hoofdonderzoeker van het rapport uit. 'Dat brengt de hele keten in kaart: van het begin van de productie tot het bord – en eigenlijk nog daarna, tot en met de afvalverwerking.'
Hoe ziet zo’n LCA eruit?
‘Als je kijkt naar wilde vis, dan begint onze analyse bij het schip dat naar de visgronden vaart. Je kijkt zo nauwgezet mogelijk naar de ‘inputs’ die daarvoor nodig zijn – bij vissersschepen is dat in de eerste plaats diesleolie. Maar voor een goede LCA kijk je breder: er wordt aan boord bijvoorbeeld gekoeld en sommige koelvloeistoffen hebben, wanneer ze weglekken, ook een flinke klimaatimpact.’
Daarna kijken we wat er met de vis gebeurt: gaat die op transport, naar een fabriek? Wordt die daar verwerkt? Krijgt hij misschien een laagje paneermeel? Gaat de vis daarna in een verpakking? Wat is daar de klimaatimpact van? Daarna doen we hetzelfde met het transport naar de retail, de retail zelf, de consument die de vis koopt, thuis in een pan bakt en uiteindelijk de graatjes weggooit.'
Hoe kom je aan al die gegevens?
‘We werken het liefst met primaire data, die we bijvoorbeeld in het geval van de brandstof vrij goed in beeld hebben, door gebruik te maken van sectordata. Als dat soort gegevens er niet zijn, gebruiken we standaardwaarden: daar bestaan richtlijnen voor.
Al die data voeren we aan gespecialiseerde software waarmee we het geheel aan benodigde grondstoffen, verbruikte energie, emissies en afvalstromen kunnen berekenen. Die data worden omgezet naar een uniforme eenheid – CO2-equivalenten – voor de impact op het klimaat. Alleen als je alles gelijkstelt, kan je producten immers vergelijken.’
Hoe bedoel je dat?
‘We rekenen dus met CO2-equivalenten. Het belangrijkste en bekendste broeikasgas is CO2, maar dat is lang niet het enige. Ik noemde de koelvloeistoffen al, sommige daarvan hebben een veel hogere klimaatimpact dan CO2. Een andere bekende is methaan. Dat komt vrij in de veehouderij, vooral door de spijsvertering van (boeren) van koeien. Het probleem is dat al die stoffen op een andere manier op het klimaat werken; methaan heeft bijvoorbeeld zo’n dertig keer sterker effect op klimaatverandering dan CO2. Je moet dus eerst zorgen dat alle producten in dezelfde eenheid worden bekeken, voordat je ze kunt vergelijken. ’
‘Dat is ook de reden dat ik zo trots ben op dit onderzoek: de resultaten zij echt één op één vergelijkbaar, wat het heel krachtig maakt.’
Dierlijke eiwitten worden meestal geassocieerd met hoge klimaatafdruk. Dat is ook de reden dat de overheid inzet op een meer plantaardig dieet. Vond je het verbazend dat vis nu zo goed scoort?
‘Ik was daar niet heel verbaasd over. En het zijn ook niet alle soorten. Het hangt er vanaf welke vis je vangt en hoe je die vangt. Bij bodemsoorten worden vaak netten over de bodem gesleept, waarvan je je kunt voorstellen dat het veel energie kost. Die soorten hebben een relatief hoge klimaatimpact, maar wel lager dan rundvlees.’
‘De soorten met een lage klimaatimpact, zijn allemaal pelagische soorten, wat betekent dat ze in open water leven en niet op de zeebodem. Dit zijn soorten als haring, makreel, sardine, blauwe wijting… allemaal soorten die in grote scholen zwemmen. Vissers kunnen in één keer veel vis vangen, waardoor er relatief weinig brandstof nodig is per kilo vis’
En schelpdieren?
‘Ja, mosselen en oesters scoren ook vrij goed, alleen daar speelt weer een andere nuance: een vrij groot deel van een mossel – de schelp – eten we niet. Daarom hebben we gekeken naar het eetbare deel van alle producten. Bij vlees en vis eten we immers ook delen niet: de botten, graten en ingewanden bijvoorbeeld. Je kunt dus niet zomaar vangsten met elkaar vergelijken.’
Wat moeten we nu leren van dit rapport?
‘Ten eerste wil ik benadrukken dat je de resultaten op de juiste manier moet lezen: de getallen die in het onderzoek staan, daar moet je je niet op blindstaren. Het blijft een model van de werkelijkheid en er is een foutmarge. Wel geeft het onderzoek goed inzicht in de rangorde – en dat is juist heel relevant bij het kiezen tussen verschillende producten. Dat is ook de reden dat ik zo trots ben op dit onderzoek: alle producten zijn op precies dezelfde manier doorgerekend, wat een echt eerlijke vergelijking mogelijk maakt.’
‘En inderdaad is het opvallend dat er bij vis en seafood een aantal dierlijke producten, met hoge voedingswaarden zitten, die een vergelijkbare klimaatimpact hebben als plantaardige eiwitrijke producten.Wie graag een dierlijk product eet en tegelijk rekening wil houden met het klimaat kan bijvoorbeeld haring eten in plaats van biefstuk. Zulke gedragsverandering is niet makkelijk. Het is niet mijn expertise, maar wat ik er van weet is dat het vaak lastig is om in een keer je hele dieet te veranderen. Het Voedingscentrum heeft wel een programma om hierbij te helpen: Eetwissel heet het.’
In één keer veganistisch gaan eten is misschien een brug te ver, maar kleine veranderingen helpen?
‘Precies. En daar kunnen de inzichten uit ons onderzoek wellicht goed van pas komen. Je kunt rundvlees een keer vervangen door een van de vissoorten met lage uitstoot. Doe het in behapbare stapjes, maar maak wel die stappen. En als iedereen dat doet, dan dragen we samen bij aan een beter klimaat. Want dat is hard nodig’